The pain that often mingles in your fingertips
De koorbank is smal en loopt schuin af, toch blijf ik hier zitten ondanks dat er nog genoeg stoelen vrij zijn. Ik weet precies waarvoor ik naar de Duif gekomen ben en het bankje lijkt daarvoor de perfecte plek. Aanvankelijk zit ik er als enige en dat is fijn. Mijn werkdag, waarin ik alweer veel te veel heb moeten praten met vreemden zit nog in mijn lijf en maakt dat ik me moeilijk kan richten op een gesprek. Ik kijk de kerk rond en herken één voor één de heiligenbeelden. Automatisch draait mijn brein het rijtje af dat het zichzelf ooit heeft gedwongen te onthouden: Agnes met het lam, Barbara in de toren, Joris en de draak. Mijn eigen naamheilige zal naarmate de avond valt de kerk en haar bezoekers zorgzaam toedekken met haar blauwe mantel met sterren.
Onder het baldakijn, voor het afgedekte heilige der heiligen zit de man voor wie de kerk zich vanavond gestaag vult. Josh T. Pearson, door zijn exentrieke uiterlijk is hij net zo iconisch en tegelijkertijd anoniem als de stenen heiligenbeelden die aan weerszijden van de absis staan. Hij neemt zijn tijd en begint veel later dan gepland, maar ik ben vanavond geduldig omdat ik weet dat waarvoor ik gekomen ben aanstaande is. Ik verdraag daarom zonder al te veel ergernis de goedkope deodorantgeur van mijn buurman, het aanstellerig gelach van de vrouw achter me, het ongemak van de koorbank en het saaie voorprogramma. De vertrouwde onrust waarmee mijn gezelschap zich vlak voor aanvang binnenhaast maakt me zoals altijd juist rustig alsof ik er zo voor kan zorgen dat hij ook wat ontspant.
Dan komt Pearson op, hij rommelt nog wat aan de bedrading, groet, kijkt zachtaardig de zaal in om daarna met het openingsnummer Sweetheart, I ain’t your Christ oogverblindend toe te slaan. Ik weet niet hoe lang het nummer duurt, maar de slotzin lijkt eindeloos in de lucht te hangen en ik heb zelf de woorden al een paar keer geluidloos gepreveld als er eindelijk klinkt you won’t be saved by saving me. Op het podium staat geen muzikant er staat iemand die kan vertellen, die het universele verhaal van jagen en opgejaagd zijn begrijpt en weet hoe hij het over moet brengen, met zijn teksten, zijn stem, door gebruik te maken van de akoestiek van het kerkgebouw en door in wanhoop te knielen voor het altaar.
De ware magie van de performance van Josh T. Pearson zit echter in iets schijnbaar onbelangrijks: een overstrekte pols en achteloos tokkelende vingertoppen, die that gentle weep veroorzaken die ik zolang ik me kan heugen zo mooi vind dat ik ervan moet huilen. Ik kwam naar de Duif om dat eindelijk te zien, maar ik kon alleen nog horen.
Mooi liedje… Het doet me op een manier hier aan denken: http://www.youtube.com/watch?v=lVdTQ3OPtGY (en niet alleen om het vele haar :p ). Een vergelijkbare mix van plezier, luchtigheid en tomeloze diepgang, zoiets
.
Dirk
30/05/2011 op 17:08
wat prachtig beschreven, ontroerend vooral.
Neneh
02/07/2011 op 08:02