The King of Limbs
Het wordt steeds lastiger je recht in de ogen te kijken en nee, dat komt niet omdat je loenst. Maak nou geen grapjes, dan kan ik het helemaal niet meer zeggen. Misschien is dat inmiddels ook wel zinloos, hoe lang is het nou geleden dat je onaangekondigd voor de deur stond, een maand of vijf? Ik was net als die keer in oktober blij om je te zien, daar niet van maar er was iets veranderd. Het bravoure waarmee je binnenviel verbaasde me niet want hoewel het niet bij je past, hoort dat nu eenmaal bij wat je geworden bent. Achteraf was het maar goed dat ik niet wist dat je zou komen, want dan had ik soep voor je gemaakt terwijl je daar natuurlijk helemaal geen tijd voor had. De hele wereld buitelde over je heen en terwijl ik je in woorden probeerde te vatten ontglipte je me. Gespannen las ik wat de mensen voor wie je er blijkbaar wel echt was over je schreven: mooie samenhangende verhalen vanuit verschillende gezichtspunten, in termen waarmee ik je ook had kunnen beschrijven, maar dat wilde dus maar niet lukken. Het ligt niet aan jou, ik denk dat ik zelf veranderd ben. Waar ik vroeger misschien jazzinvloeden gehoord zou hebben of een dikke electronische deken, voel ik nu zilverwitte koude winterlucht in mijn longen prikken. Elk groen geluidje dat doorbreekt een sprankje hoop. De dagen tussen winter en voorjaar. Het maakt me gelukkig dat je nog maar weinig woorden nodig hebt, terwijl ik voorheen je teksten ontleed zou hebben. Ik moet je wat vertellen. Het spijt me, maar ik kan geen stukje over je schrijven omdat ik je niet begrijp, misschien wel nooit zal begrijpen net zoals ik nooit zal weten of je me nou aankijkt of niet met dat rare oog van je. Nooit. Weet je wel hoe verschrikkelijk lang nooit is? Wat lach je nou, ik meen het.
Weet je al hoe verschrikkelijk lang nooit is……… want dat lijkt mij te lang. Het stukje laat zich 2 keer lezen en verveelt nog niet
Grietje
08/07/2011 op 15:36